29 février 2008
Definitieve afscheiding ?
Depuis le début de ce championnat, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur le hockey belge. Cette semaine, il revient sur la polémique « Michel Van den Boer ».
De tweede fase van de competitie zit precies in de helft, maar de strijd om de 4 play-off tickets zou nu al een definitieve wending kunnen nemen. Leopold staat op de 4de plaats met 3 punten voorsprong op Antwerp en beide ploegen treffen mekaar dit weekend in Sint-Job. De wedstrijd is belangrijker voor de uittredend kampioen omdat deze bij verlies tegen een achterstand van 6 punten zou aankijken met slechts 4 wedstrijden voor de boeg. De vorm die beide ploegen etaleren pleit in het voordeel van Leopold: ze speelden in 2 jongste wedstrijden tweemaal gelijk tegen Watducks en Leuven en blijken een zeer moeilijk te manoeuvreren ploeg te zijn. Op Leuven hadden ze weinig kansen, maar ze gaven evenmin veel weg. Hun afwachtende houding mag dan bij momenten irritant zijn en soms neigen naar anti-hockey, het is wel efficiënt: met een grotendeels vernieuwde ploeg plaatsten ze zich vrij eenvoudig voor de top-6 en in de tweede ronde stonden ze al meer dan hun mannetje. Antwerp van zijn kant verloor kansloos op Dragons en behalve een overwinning op Herakles viel er nog niet veel te vieren voor de rood-witten...
Een definitieve plooi in de strijd voor het eerste EHL ticket hoeven we nog niet meteen te verwachten. De top-3 (Leuven, Dragons en Watducks) geven mekaar geen duimbreed toe. Leuven is als enige ongeslagen, maar liet wel “domme” punten liggen tegen Herakles en Leopold. Dragons herstelde zich puik na de nederlaag tegen Leuven door Antwerp een pak voor de broek te geven. Watducks kwam uit een geslagen 0-3 positie terug tegen Dragons om uiteindelijk 4-4 gelijk te spelen en versloeg Herakles vrij eenvoudig. Ondanks de vele blessures en vermoeide internationals lijkt Watducks zijn draai te vinden onder impuls van een ontketende Garetta. Dragons kan mogelijk profiteren van de wedstrijd Watducks-Leuven om de koppositie over te nemen...
In de marge van de play-offstrijd heeft de “affaire van den Boer” veel stof doen opwaaien. Net als vorig jaar echter in de zaak met Antwerp heeft de club door de halsstarrigheid van de hockeybond, echter moeten inbinden. Nochtans was het compromis dat Leuven voorstelde meer dan correct... Waarom laten de clubs die nog langer gebeuren? Zij hebben eigenlijk de macht, niet de bond, want die bestaat alleen bij gratie van de clubs. Ik zou zeggen: tijd voor een sterk signaal van ALLE clubs richting de hockeybond. Laat het despotisme ophouden!
Manu Leroy
21 février 2008
Leuven speelt het hard…
Depuis le début de ce championnat, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur le hockey belge. Cette semaine, il revient sur la polémique « Michel Van den Boer ».
Leuven liet gisterenmiddag weten dat het zijn coach, Michel van den Boer, niet wilde afstaan aan de Nationale Dames, die zich in Kazan proberen te plaatsen voor de Olympische spelen omdat VDB de finales van de vaderlandse competitie zou missen. De weigering om zijn coach vrij te geven is het resultaat van een escalerende discussie. Een reconstructie van de feiten…
Een tweetal weken geleden liet de hockeybond weten in te gaan op de uitnodiging van de Maleisische federatie voor de Azlan Shah Cup. Concreet betekende dit dat de spelers van de BOS (Belgian Olympic Squad) in een cruciale fase van de play-offs afwezig zouden zijn en dat competitie moest herschikt worden (halve finales 12 en 13 april, finales op 20, 26 en indien nodig 27 april). De ARBH wilde de dialoog aangaan met de clubs alvorens definitief te beslissen. Leuven en Waterloo Ducks maakten gebruik van deze “dialoog” om bezwaar aan te tekenen. Watducks omdat het zijn internationals zou moeten missen voor de vierde ronde van de EHL (indien ze zich daarvoor zouden plaatsen), Leuven omdat het zijn coach zou moeten missen voor de finalewedstrijden (moest KHCL zo ver geraken). De Leuvense coach zou zonder de herschikking van de kalender de tweede halve finale en de eerste finalewedstrijd missen, maar Leuven was bereid zijn coach af te staan.
De bond liet na dit protest weten dat het rekening hield met de wensen van de clubs en dat het desgevallend de spelers van Watducks zou vrijgeven voor de EHL en dat de BOS dus zonder hen naar Kuala Lumpur zou vertrekken. Een vreemde kronkel in de bondshoofden want van de bezwaren van Leuven werd met geen woord gerept. De club van voorzitter Lechat ging in het verweer maar probeerde toch tot een compromis te komen en stelde slechts 1 voorwaarde: dat Michel Van den Boer zou terugkeren uit Rusland indien de dames na 4 wedstrijden zouden uitgeschakeld zijn. Zijn assistent zou dan de twee laatste wedstrijden moeten leiden. Indien de dames tot het einde in de running zouden zijn voor een Olympisch ticket, dan was Leuven bereid zijn eigen titelambities te hypotheken. De bond wilde hier niet op ingaan…
Leuven liet gisteren dus via diverse kanalen weten geen genoegen te nemen met de handelswijze van de bond en verbiedt nu zijn coach om naar Kazan af te reizen, daar hij contractuele verplichtingen heeft met zijn club. Moest Van den Boer toch afwezig zijn dreigt KHCL met een rechtzaak annex serieuze schadeclaim…
De vox populi liet natuurlijk al van zich horen en van een aantal mensen kreeg de club uit de universiteitsstad de wind van voor: Michel Van den Boer is coach van de nationale damesploeg, Leuven had toch kunnen weten dat dit ooit zou gebeuren. Zij vergeten echter dat Leuven eerst een contract had met Van den Boer, daarna werd hij pas gecontracteerd door de Belgische bond. Een andere kritiek is dat Leuven de Olympische kwalificatie van de dames in gevaar brengt en het belang van de hockeysport in het algemeen schaadt. Dat is nogal kort door de bocht, aangezien Leuven afstand doet van zijn coach als de dames tot het einde in de running blijven voor een Olympisch ticket. Bovendien heeft van den Boer de hele voorbereiding op het seizoen gemist omdat hij op het EK vertoefde met zijn dames...
De hockeywereld ligt weer op zijn gat, na de affaire Antwerp-Leopold vorig jaar. Daar ontsnapte de bond aan een rechtzaak omdat Antwerp uiteindelijk kampioen werd en geen nadeel ondervond van de forfaitnederlaag die het (onterecht) aangesmeerd kreeg. De bond moet echter beseffen dat het niet zomaar baas kan spelen over de clubs.
Leuven vindt dus dat het genoeg geslikt heeft en slaat na de onwil van de hockeybond om tot een compromis te komen, keihard terug. Benieuwd wat de bond nu gaat doen: de clash aangaan in de rechtzaal of alsnog aansturen op een compromis. Wordt ongetwijfeld vervolg…
Manu Leroy
28 novembre 2007
Bilan de ce premier tour de compétition
Chaque semaine, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur la journée de championnat précédente.
De eerste ronde werd vorige zondag afgesloten. Veel stond er niet meer op het spel op de laatste speeldag. Herakles wist zich bij bij de andere titelpretendenten te scharen, Orée beet in het zand ondanks een overwinning tegen Beerschot. Zondag begint de tweede ronde, tijd dus voor een evaluatie.
1. “Kampioen van de eerste ronde” Waterloo Ducks (8 overwinningen, 2 draws, 1 nederlaag, 43 goals voor, 18 goals tegen, 26 punten)
De vice-kampioen begon aarzelend aan zijn campagne, maar wist uiteindelijk ondanks de min of meer zware blessures van Chouchou De Saedeleer, Luycx, De Cock en Dohmen zich makkelijk te plaatsen voor de top-6. Dé speler in vorm was de Argentijn Garetta, die na een minder seizoen er weer helemaal lijkt te staan. Scoort makkelijk (zowel strafcorners als velddoelpunten) en doet de ploeg draaien in zijn eentje. Opmerkelijk ook dat ondanks het zware programma van de internationals, de Ducks helemaal bovenaan staan en de beste verdediging en aanval hebben. Tel daarbij dat ze zich wisten te plaatsen voor de tweede ronde van de Euroleague in de “poule des doods” na knappe gelijke spelen tegen HGC en Club an der Alster. Ze hebben de titel “Kampioen van de eerste ronde niet gestolen. Spijtig genoeg is die titel slechts puur symbolisch... Watducks opent de tweede ronde thuis tegen Leuven.
2. “De bevestiging”: Antwerp (8 overwinningen, 0 draws, 3 nederlagen, 38 goals voor, 26 goals tegen, 24 punten)
Na het schitterende seizoen 2006-2007 met als orgelpunt de kampioenstitel, stonden er de nodige vraagtekens bij Antwerp voor aanvang van dit seizoen. Nogal wat dragende spelers vertrokken (Bishop, Commens) en werden vervangen door eigen jeugd en de relatief onbekende Tobita. Desondanks was Antwerp de regelmatigste ploeg van de eerste ronde. De Rood-witten stonden bijna de hele eerste ronde 1ste of 2de in de rangschikking. En als het vloeiende spel van vorig jaar af en toe wat minder was, wisten ze dat te compenseren met een efficiënte strafcorner: Tobita stond regelmatig aan het kanon met zijn krachtige sleeppush. Antwerp plaatste zich ook voor de 2de ronde van de EHL al was het met minder glans dan de concurrent uit Waterloo. Een interessante kanttekening: Antwerp leed zijn 3 nederlagen tegen concurrenten uit de top-6: Dragons, Leuven en Watducks... Antwerp speelt volgende week tegen Leopold.
3. “De wederopstanding”: Dragons (7 overwinningen, 2 draws, 2 nederlagen, 41 goals voor, 24 goals tegen, 23 punten)
Dragons kende vorig jaar een naar Brasschaatse normen “dramatisch” seizoen. De draken wisten zich niet te plaatsen voor de play-offs ondanks sprekende transfers. Dit jaar werd de geldbeugel opnieuw boven gehaald: Bart Van Lith werd aangetrokken, Michel Kinnen werd assistent-coach, Belgisch international Petre werd teruggehaald uit Holland en er werd een blik Hollanders opengetrokken: Van der Pant, Maes, Tuite, Van der Venne en Veldhof kwamen de rangen versterken. Ook Dijkshoorn werd opnieuw van stal gehaald, na een sabbatjaar. Dragons kende niet veel problemen om zich in de top-6 te nestelen ondanks niet altijd even vloeiend hockey. In de moeilijke momenten konden ze steeds rekenen op een ontketende Dekeyser die met zijn verschroeiende corner de netten meer dan eens bol zette. Eens de nieuwe spelers volledig ingepast zijn, wordt Dragons een te duchten tegenstander. Ze starten volgende week tegen Herakles, op papier het zwakke broertje.
4. “Grijs met gouden randje”: Leuven (7 overwinningen, 2 draws, 2 nederlagen, 40 goals voor, 25 goals tegen, 23 punten)
Leuven verloor vorig seizoen in de halve finale van de play-offs van de latere kampioen, Antwerp. De ploeg bleef vrijwel intact: de gebroeders Quemada bleven, en de Belgische internationals Gucassoff en Houssein kwamen erbij. Leuven werd voor het seizoen dan ook door velen getipt als favoriet voor de titel. Hoewel de Leuvenaars zich vrij moeiteloos plaatsten, zijn ze nog niet op kruissnelheid. Tot nu toe was het spel weinig sprankelend en grijs. Groot voordeel is de ervaring (de meeste spelers spelen al jaren samen) en de goede strafcorner waar Gucassoff en Quemada evenwaaridge alternatieven voor mekaar zijn. Nog te noteren dat Leuven de Gouden Stick in zijn rangen heeft: Fabrice Bourdeaud‘hui versloeg favorieten Commens en Vandeweghe en bewijst wekelijks dat hij die onderscheiding niet gestolen heeft. De ploeg uit de universiteitsstad mag zondag gelijk vol aan de bak: uit bij Watducks!
5. “De verrassing”: Léopold (7 overwinningen, 1 draw, 3 nederlagen, 31 goals voor, 20 goals tegen, 22 punten)
Voor aanvang van het seizoen waren er weinig mensen die hun hand in het vuur zouden gestoken hebben voor de kwalificatie van Leopold. De Brusselse trots verloor immers heel wat key-players: Dohmen trok naar Watducks, Houssein naar Leuven, Deneumostier stopte. Leopold deed nauwelijks transfers en gaf de eigen jeugd voluit zijn kans. Die jeugdige inbreng, aangevuld met een paar oude rotten als Letier, Denis, Moreau, Herman, Collin of Toussaint bleek een winnende combinatie. Een echte verrassing zijn ze misschien niet, het feit dat ze zich zo makkelijk wisten te plaatsen is toch enigszins opmerkelijk.
6. “De revelatie”: Herakles (5 overwinningen, 1 draw, 5 gelijke spelen, 26 goals voor, 35 goals tegen, 16 punten)
Vorig seizoen kende Herakles een desastreuze eerste ronde, maar wist zich in de tweede ronde relatief makkelijk te handhaven bij de elite. Er kwam een nieuwe coach en “meubelstuk” Schuermans was weer helemaal fit. Tegen de verwachtingen in deed de club uit Lier het uitstekend met een jonge ploeg en een sterke strafcorner. Coach Collignon verdient een eervolle vermelding omdat hij de ploeg weer aan het hockeyen kreeg en bovendien perfect de druk wist af te houden in de beslissende fase. De kwalificatie hing heel even aan een zijden draadje (na de gelijkmaker van Uccle op enkele minuten van het einde), maar het typeert de ploeg dat ze er bleven in geloven en onmiddellijk daarna de goal van de kwalificatie wisten te maken. In de tweede ronde moet niets, alles mag. Dat is een leuk uitgangspunt om vrank en vrij te hockeyen. Benieuwd tot wat de Lierenaars nog in staat zijn.
7. “Ploeg van de toekomst”: Orée (4 overwinningen, 3 draws, 4 nederlagen, 24 goals voor, 27 goals tegen, 15 punten)
Orée knokte zich na een matige seizoensstart knap terug, maar kwam uiteindelijk nipt tekort. Op de keper beschouwd doen de 2 verliespunten tegen Wellington hun de das om. Toch een knappe prestatie met een jonge en relatief onervaren ploeg. Als alle jonge talenten blijven, zal Orée de komende jaren opnieuw meedoen voor de prijzen. Gaan een vervelende tweede ronde tegemoet.
8. “De karakterploeg” Pingouin (3 overwinningen, 2 draws, 6 nederlagen, 28 goals voor, 42 goals tegen, 11 punten).
De revelatie van het seizoensbegin, maar vergooide zijn kansen op een plaats in de top-6 door tegen staartploegen punten te verliezen. De kern is misschien niet de meest talenvolle, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door karakter en enthousiasme.
9. “Te weinig”: Uccle Sport (2 overwinningen, 2 draws, 7 nederlagen, 25 goals voor, 33 goals tegen, 8 punten)
Uccle miste vorig seizoen nipt de top-6 en leek goed gewapend om dit jaar een gooi te doen naar die top-6. Het leek er heel lang op dat Uccle zou slagen in zijn missie, maar dat was vooral te wijten aan het falen van de concurrentie. Als je echter maar 2 keer weet te winnen en de 2de slechtste aanval hebt, dan moet je toegeven dat het allemaal te weinig was. 1 lichtpunt, de jonge Tom Boon die zich ontpopte tot een van de revelaties van de eerste ronde.
10. “De ontgoocheling”: Beerschot (2 overwinningen, 1 draw, 8 nederlagen, 30 goals tegen, 40 goals tegen, 7 punten)
Vorig jaar dé revelatie: plaatste zich voor de top-6 en sprokkelde in de tweede ronde ook nog aardig wat punten. Maar zoals zo vaak is, bevestigen altijd moeilijker dan verrassen. De ploeg was een schim van zichzelf ondanks de transfer van Juan Gilardi. De twee Goldberg kregen de trein maar niet op de rails. Hopelijk kunnen ze zich opladen voor een tweede ronde met tweedeklassers...
11. “Koning van de gelijke spelen”: Racing (0 overwinningen, 6 draws, 5 nederlagen, 30 goals voor, 40 goals tegen, 6 punten)
Speelde vorig jaar als nieuwkomer in de hoofdklasse fris van de lever en wist zich makkelijk te handhaven bij de elite. Dit jaar waren de verwachtingen hooggespannen: de coach wilde een gooi doen naar de top-6. Ondanks aanvallend en bij vlagen mooi hockey konden de “ratten” niet 1 keer winnen en met 6 gelijke spelen schiet je ook niet echt op. Benieuwd of Tchouk Truyens kan blijven weerstaan aan de lokroep van de topploegen...
12.”Het zwakke broertje”: Wellington (1 overwinning, 2 draws, 8 nederlagen, 22 goals voor, 48 goals tegen, 5 punten)
Ontegensprekelijk de zwakste ploeg van de hoofdklasse. Doet de discussie weer oplaaien om van 12 naar 10 ploegen over te gaan in de hoogste afdeling (Bert Wentink kaart dit aan in Hockey Magazine).
Manu Leroy
20 novembre 2007
De scheidsrechter, uw vriend !
Chaque semaine, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur la journée de championnat précédente.
De eerste ronde van het kampioenschap loopt op zijn laatste benen. Volgende week staat de laatste speeldag al op het programma. Het lijkt mij tijd om even terug te blikken op de prestaties van de mannen in het geel of roos. Bovendien wil ik 2 concrete gevallen bespreken, waar ik graag jullie mening over ken.
De laatste jaren stond de arbitrage vaak onder druk: de scheidsrechters kregen de kritiek dat ze niet waren mee geëvolueerd met het niveau van onze competitie en met de snelheid van het spel op waterveld. Kortom: de hockey wordt professioneler, maar de arbitrage gaat niet mee in die trend. De kritiek werd gepareerd met een vernieuwing van de effectieven, een aantal oude rotten hingen hun fluit aan de haak en doen nu af en toe aan begeleiding van de jonge garde. Van de huidige generatie hebben de meesten intussen ook 1 of meer internationale toernooien op hun palmares, zodat we bezwaarlijk kunnen stellen dat ze te weinig ervaring hebben.
Vanuit mijn eigen ervaring, na 10 wedstrijden in het seizoen 2007-2008 heb ik tot nu toe nog niet te klagen gehad van het niveau van de arbitrage. De ene scheids deed het beter dan de andere en de ene had al eens een betere dag dan de andere, maar globaal genomen was er weinig discussie over de arbitrage tijdens de wedstrijden. Daarbij moet natuurlijk een kanttekening gemaakt worden: echt veel wedstrijden op het scherp van de snee zijn er niet geweest aangezien al snel 5 ploegen zich hadden afgescheiden en behalve voor 2-3 ploegen niet echt veel meer op het spel stond. De strijd om de play-offs in de tweede competitieronde zal dan ook een betere waardemeter zijn...
Zoals gezegd zijn er 2 concrete gevallen die ik jullie graag voorleg. Het eerste geval dateert van vorige week: Orée – Leuven. Bij een 0-0 stand in een wedstrijd die gedomineerd werd door Leuven scoort van Aubel de 1-0. De jeugdinternational controleert de bal echter met de backstick alvorens de bal in doel te duwen. Vincent Loos heeft de backstick niet gezien en zijn collega aan de overkant, Stanilas Monheim, stond iets te ver om het gezien te kunnen hebben. De Leuvenaars trekken zich de haren uit het hoofd, maar de scheidsrechters hebben niets gezien en keuren de goal goed. Gisteren Leuven – Antwerp: vrije slag randcirkel van Thierry Renaer, Pau Quemada gaat samen met zijn verdediger naar de bal, de bal verdwijnt in doel en Frederic Deneumostier ziet hier een doelpunt in. Keeper Joep Welten is helemaal overtuigd van zijn gelijk en gaat verhaal halen bij Benoît Wolter, die op het moment van de bewuste fase belaagd werd door Antwerp spelers die bleven doormekkeren over een eerdere beslissing van de desbetreffende scheidsrechter. Deneumostier en Wolter zijn ervan overuigd dat Quemada de bal in doel tipt en bevestigen het doelpunt.
In beide gevallen hadden de scheidsrechters het doelpunt niet mogen toekennen: van Aubel scoort na een controle met de backstick en Quemada heeft de bal niet geraakt (de Antwerp verdediger devieert de bal in eigen doel). De scheidsrechter maken een foute inschatting in beide fases (errare humanum est...) maar worden eigenlijk door een speler beetgenomen. Mijn vraag: zou jij het aan de scheidsrechter melden als je een onrechtmatig doelpunt maakt?
Het tweede geval: Fabrice Bourdeaud'hui en Vitali Kholopov spelen in Leuven-Antwerp van gisteren een duel op het scherp van de snee en schuwen het verbaal en fysiek contact niet. Na het onterecht toegekende doelpunt van Quemada (zie hierboven) gaan een aantal spelers van Antwerp, samen met hun coach, even “over de rooie”. Vitali laat zich niet onbetuigd en wanneer hij rond de middellijn een duel aangaat met Fabrice schiet hij (per ongeluk?????) een bal richting het hoofd van de gouden stick. Gelukkig mist hij zijn doel en is er verder “no harm done”. Mijn tweede vraag: stel nu dat hij Fabrice vol in het aangezicht raakt, zou jij hem dan een rode kaart onder de neus schuiven?
Op beide vragen heb ik zelf geen pasklaar antwoord en ik heb er gisteren na de wedstrijd even over gedebatteerd met het arbitrale duo. Graag wilde ik weten wat jullie zouden doen in beide gevallen. Laat jullie mening dus gerust achter en post een reactie !
Manu Leroy
31 octobre 2007
Leve het Belgische hockey !
Chaque semaine, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur la journée de championnat précédente. Afgelopen weekend vertoefde vice-landskampioen Waterloo Ducks in Den Haag waar het deelnam aan de eerste editie van de Euro League hockey, de opvolger van de klassieke Europabeker. De Watducks gooiden er hoge ogen want zaterdag bogen ze een 0-2 achterstand om in een 2-2 gelijkspel tegen de kampioen van Duitsland. Zondag hadden de Ducks genoeg aan een kleine nederlaag om door te stoten tot de volgende ronde. Ze deden beter en speelden opnieuw 2-2 gelijk tegen de vice-kampioen van Nederland en thuisclub HGC, met kleppers als Vogels en Lomans in de rangen. Deze laatste bestempelde de Poule van Watducks trouwens als de poule des doods en sprak vol lof over het Belgische hockey.
Dit alles vind ik bijzonder opmerkelijk: niet zo lang geleden was België niet echt een land waar men internationaal schrik van had. Ook Belgische clubs boezemden de Nederlands hoofdklasseclubs weinig angst in. Het klimaat is blijkbaar plots helemaal omgeslagen: binnen 3 maanden speelt België gelijk en het wint van Duistsland op het EK (en plaatst zich rechtstreeks voor de Olympische Spelen) en wipt Watducks de Duitse landskampioen uit de Euro League. In Duitsland weten ze ons plots wel liggen op de hockeykaart. Ook Frankrijk weet België als hockeyland liggen: de Fransen willen zich aan ons spiegelen om tot een hoger niveau te klimmen (zie de column op de blog van de Franse Nationale Hockeyploeg : Pourquoi les Belges et pas nous ?). De Franse hockeybond stelde dit weekend bovendien Pascal Kina aan als bondscoach. Hij moet met zijn ervaring “les Bleus” zien te plaatsen voor de Olympische Spelen via het Olympische Kwalificatietoernooi. Als we alles op een rijtje zetten lijkt het wel een aanhoudende “goed-nieuws-show”!
Voor we alle realiteitszin verliezen wil ik graag een paar maanden teruggaan in de tijd: Beerschot verliest al zijn wedstrijden in de Europabeker voor bekerwinnaars. Niet veel later gaat België af op de Champions Challenge in Boom, voor het oog van de Belgische hockeywereld en van de vaderlandse pers. De BNT eindigt troosteloos laatste en geen kat gelooft op een goede afloop op het EK In Manchester. Het Belgische hockey werd in diverse kranten met de grond gelijk gemaakt en bestempeld als een kneusje op de internationale scène.
Het kan dus snel verkeren. En het volstaat allicht dat Antwerp komend weekend uit de EHL gekegeld wordt (wat ik niet hoop, uiteraard) en dat de BNT klop krijgt van China in een oefenwedstrijd en het zal allemaal weer kommer en kwel zijn... Maar laat ons voorlopig genieten van de euforie !
Manu Leroy
24 octobre 2007
Watducks - Louvain avec 10 Internationaux !
Chaque semaine, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur la journée de championnat précédente.
Dimanche dernier, on retrouvait au programme de la septième journée le sommet entre le Watducks et Louvain. Louvain se rendait finalement à Auderghem car le nouveau terrain tant attendu par Waterloo n'était finalement pas encore terminé. Sur le papier, la rencontre était une affiche des plus attirante. Le Watducks était en tête du classement avant la rencontre tandis que Louvain pointait à la troisième place. Mais ce n’était pas tout puisqu’il y a vait également dix Internationaux sur la feuille de match avec Fabrice Bourdeaud’hui, Thierry Renaer, Greg Gucassoff en Patrice Houssein pour Louvain opposés à Maxime Luycx, John John Dohmen, Amaury De Cock, Benjamin Van Hove, Thomas Van den Balck et Cédric Degreve.
Mais le match de sommet n'a jamais atteint des sommets malgré les attentes des supporters des deux camps. Avant la rencontre, John John Dohmen et Maxime Luycx avaient déjà dû déclarer forfaits et les autres membres de la BOS (Belgian Olympic Squad) n’ont jamais réussi à marquer la partie de leur empreinte(si ce n’est Fabrice Bourdeaud'hui). Une grande partie des internationaux étaient tout simplement « cramés » et ce sont les « étrangers » qui en ont profité pour faire parler d’eux : Juane Garetta a marqué deux fois et les Frères Quemada ont pris chacun un but à leur compte.
Photo : Philippe Demaret (www.okey.be)
Je sens déjà la sempiternelle discussion entre la Fédération et les clubs arriver. La Fédé dira que c’est bien mieux pour les clubs si leurs Internationaux deviennent de plus en plus forts (grâce aux nombreux entraînemenst et aux renconters internationales) et les clubs se plaindront que leurs joueurs sont fatigués et blessés (alors que ceux-ci sont souvent payés par leurs clubs...) et qu’ils ne peuvent dès lors pas jouer. Durant cette préparation et cette quête olympique, il n'est pas anormal que l'équipe nationale obteniennent la préférence sur les clubs, mais ceux-ci sont-ils prêts à tout accepter ? Qu’en pensez-vous ? N’hésitez pas à laisser vos réactions ?
Manu Leroy
Watducks - Leuven met 10 internationals !
Chaque semaine, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur la journée de championnat précédente.
Afgelopen zondag stond dé topper van de 7de speeldag op het programma. Leuven trok naar Auderghem omdat het langverwachte nieuwe veld van Watducks nog niet klaar is. Op papier was deze wedstrijd zonder meer een zeer aantrekkelijke affiche: Watducks stond voor aanvang van de wedstrijd aan kop van het klassement, Leuven stond 3de. Bovendien kruisten maar liefts 10 internationals de degens met mekaar: Bourdeaud’hui, Renaer, Gucassoff en Houssein namens Leuven versus Luycx, Dohmen, De Cock, Van Hove, Van den Balck en Degreve.
De topwedstrijd kon echter op geen enkel moment de hoge verwachtingen inlossen. Voor de wedstrijd bleek al dat Dohmen en Luycx geblesseerd moesten afhaken en op het veld waren het niet de leden van de BOS (Belgian Olympic Squad) die hun stempel op de wedstrijd konden drukken (op Bourdeaud’hui na). Een groot deel van de aanwezige internationals waren nauwelijks vooruit te branden en het waren vooral de buitenlanders die van zich lieten spreken: Juane Garetta scoorde 2 maal en de gebroeders Quemada namen elk een doelpunt voor hun rekening.
Ik hoorde na de wedstrijd ook dat verschillende clubs zich beginnen zorgen te maken om hun internationals. De meeste leden van de BOS zijn moe, lichtjes geblesseerd en door de overload aan hockey blaken ze niet echt van mentale frisheid of grote vorm. Dit alles is niet abnormaal en je zal mij niet horen zeggen dat al die technische en fysieke trainingen of fitness sessies niet nodig zijn. Alleen: de clubs dreigen de dupe te worden van hun internationals als het zo doorgaat. Lichtjes overdreven zou men kunnen stellen dat bepaalde ploegen het slachtoffer kunnen worden van hun succes. Op dit moment wordt er nog niet om de knikkers gespeeld maar wat als de halve finales van de play-offs aanbreken?
Ik voel de eeuwige discussie tussen bond en clubs dan ook weer aankomen: de bond die zegt dat de clubs er beter van worden als hun internationals sterken worden (door de vele trainingen en internationale wedstrijden) tegenover de clubs die klagen over oververmoeide of geblesseerde spelers (spelers die bovendien vaak door de clubs vergoed worden...) die net niet beter presteren. In de aanloop naar de Olympische Spelen is het niet abnormaal dat de Nationale Ploeg de voorkeur moet krijgen op de clubs, maar zullen de clubs dit blijven slikken? Wat vinden jullie hiervan? Laat gerust een reactie achter !
Manu Leroy
16 octobre 2007
La lutte pour la sixième place…
Chaque semaine, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur la journée de championnat précédente.
Il semble que – comme je l’avais prédis dans un billet précédent – la tension ait déjà disparu en grande partie de la compétition. Grâce aux victoires du Watducks, de l’Antwerp, de Louvain, du Dragons et du Léopold, le top 5 de la DH a fait le trou par rapport au reste des équipes : quatre points séparent, le Léopold, cinquième, et le Pingouin, sixième. Il semble donc que seul la lutte pour cette sixième place soit encore captivante et cela, après seulement 6 journées de compétition, soit la moitié du premier tour.
Et pour cette sixième place, toutes les équipes entrent encore en ligne de compte à l’exception du Wellington. Le Pingouin mène la danse avec 8 points, suivi à un point par Uccle Sport et l’Héraklès. Le Racing et l’Orée accusent déjà en retard 4 points, tandis que le Beerschot devra encore sérieusement cravacher avec seulement 3 points
En ce qui concerne le Pingouin et l’Orée, je ne peux pas me prononcer parce que nous n’avons pas encore joué contre eux. Contre Uccle Sport, le Beerschot et le Racing, nous l’avons emporté mais lors des matchs face à Uccle et au Racing, nous avons dû batailler ferme pour nous imposer. Les deux équipes jouent avec des joueurs essentiellement originaires du crû (tous d’ailleurs pour les Ucclois), ils proposent un hockey solide, marquent trop peu sur p.c. et prennent bien trop peu de points en proportion du jeu proposé (si je peux croire ce que je lis dans les journaux et les joueurs eux-mêmes).
En ce qui concerne le Racing principalement (contre nous du moins), j’ai trouvé qu’ils proposaient un hockey frais et offensif avec des mentions très honorables pour Thibault Cornillie, Gaby Garetta et le jeune gardien de but Gucassoff. Ils nous ont ainsi fait souffrir jusqu’à la septantième minute. Ce sera peut-être encore plus regrettable qu’ils loupent le coche comme la saison dernière en raison parce qu’il leur manque l’expérience d’Uccle Sport, de la mentalité du Pingouin ou du p.c. de l’Héraklès. À moins que le Beerschot ou l’Orée viennent également jouer les troubles-fête, je pense que l’une de ces trois équipes prendra la sixième place avec, cependant, un léger avantage pour Uccle.
Tout comme avec les pronostics de Laurent, il existe toutefois une chance que je sois entièrement à côté. Je pourrais également juger de manière plus objective le Pingouin et l’Orée, une fois que je les aurai affrontés. Heureusement que nous pouvons encore nous essayer au jeu des pronostics sinon le temps aurait été bien ennuyeux jusqu’au coup d’envoi du deuxième tour…
Manu Leroy
De strijd voor de zesde plaats
Chaque semaine, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur la journée de championnat précédente.
Het ziet er naar uit dat – zoals voorspeld in een eerdere column –de spanning al grotendeels uit de competitie verdwenen is. Door de overwinningen van Watducks, Antwerp, Leuven, Dragons en Léopold heeft de top-5 van de eredivisie zich afgescheiden van de rest: een gat van 4 punten scheidt nummer 5 Léopold van nummer 6 Pingouin. Het ziet er dus naar uit de dat alleen de strijd om de 6de plaats nog spannend wordt en dit na slechts 6 speeldagen, ofte de helft van de eerste ronde...
Voor die 6de plaats komen eigenlijk alle overige ploegen (behalve Wellington) nog in aanmerking: Pingouin leidt de dans met 8 punten, gevolgd op 1 punt door Uccle en Herakles. Racing en Orée liggen al 4 punten achter, terwijl Beerschot zich nog serieus zal moeten reppen met slechts 3 punten.
Over Pingouin en Orée kan ik mij niet uitspreken omdat ik er zelf nog niet tegen gespeeld heb. Tegen Uccle, Beerschot en Racing wonnen we, maar vooral tegen Uccle en Racing hadden we het niet onder de markt. Beide ploegen spelen met voornamelijk eigen spelers (bij Uccle zelfs uitsluitend spelers van eigen kweek), brengen aardig hockey, scoren te weinig uit strafcorner en hebben te weinig punten in verhouding tot het vertoonde spel (als ik de kranten en de spelers zelf mag geloven). Vooral Racing vond ik (tegen ons althans) fris en aanvallend hockeyen met eervolle vermeldingen voor Thibault Cornillie, Gaby Garetta en de jonge keeper Gucassoff. Ze hebben het ons tot de 70ste minuut moelijk gemaakt. Ze zullen spijtig genoeg allicht net als vorig jaar tekort schieten voor de 6de plaats omdat ze de routine van Uccle, de winnaarsmentaliteit van Pingouin of de strafcorner van Herakles missen. Tenzij Beerschot of Orée plots sterk komen opzetten denk ik dan ook dat de 6de plaats zal gaan naar één van die 3 eerder genoemde ploegen en ik geef een licht voordeel aan Uccle om het te halen.
Net als de pronostieken van Laurent bestaat de kans echter dat ik er volledig naast zit. Ik zal ook Pingouin en Orée beter kunnen inschatten wanneer ik er zelf tegen gespeeld heb. Gelukkig kunnen we hier nog over pronostikeren want anders was het nu al een saaie boel, tot het begin van de tweede ronde...
Manu Leroy
02 octobre 2007
To BNT or not to BNT ?
Chaque semaine, Manu Leroy, le gardien de Louvain, reçoit « carte blanche » pour nous livrer ses impressions sur la journée de championnat précédente.
Après une longue semaine de spéculation au sujet de l'élargissement de la sélection de la BNT, Adam et son staff ont mis fin à l'incertitude en dévoilant les noms des heureux élus. Cette sélection ne comporte pas de grosses surprises. Cela ne vous a peut-être pas frappé mais mon nom ne figure pas sur celle-ci malgré le fait que mon nom ait été cité à plusieurs reprises dans la presse.
J’ai été contacté la première fois, il y a environ trois semaines, par Adam pour effectuer mon retour dans la BNT. J'ai tout naturellement été flatté. Qui ne rêve pas, en effet, de participer aux Jeux olympiques ? En 2004, je n’avais pas eu la chance de pouvoir goûter à ce bonheur (rappeler vous le tournoi qualificatif de Madrid en 2004). Ensuite, j’ai continué à m’entraîner jusqu’en décembre 2005 mais une blessure gênante et des obligations professionnelles de plus en plus prenantes m’ont obligé à décrocher de la BNT.
Mais avant de reprendre le collier, je devais d’abord tâter le terrain aussi bien au boulot qu’à la maison. Et comme vous le savez, le programme concocté n’est pas des plus légers : de stages nombreux à l'étranger, des entraînements le mardi et en début d'après-midi, plus ces trois mois de disponibilités totales (juin, juillet et août 2008) Celui-ci n’as donc pas été accueilli avec enthousiasme par mon employeur. Finalement, après plusieurs discussions avec mon employeur, d’un côté, et le coach national, de l’autre, un élément est arrivé sur la table. « Soit tu fais le programme complet, soit tu ne fais pas partie de l’aventure ». J’étais donc coincé et le constat était clair : le rêve olympique n’était pas compatible avec ma carrière et ma vie sociale, à mon plus grand regret.
La réalité est tout simple. En Belgique, il n’est pas possible de concilier les deux. Il n’existe pas, dans notre pays, un climat favorable pour le sport dans lequel les Fédérations sportives et les employeurs peuvent se mettre autour de la table pour trouver un compromis. Je trouve donc qu'Adam se trompe lorsqu’il prétend que les étudiants doivent se rendre compte qu'ils peuvent devenir quelqu’un et réussir leur vie avec le sport. (« Et je veux dire aux étudiants, cessez de croire que seules les études mènent au succès, le sport peut aussi y conduire »). Je peux vous assurer que ce n’est pas le cas. Dans le secteur économique, personne ne souhaite avoir un sportif de haut niveau qui a besoin de 50 jours de congé par an. Et ce qui est encore plus terrible, c’est que de nombreuses universités et d’écoles supérieures n’accordent que très peu de facilités à leurs étudiants aux hockeyeurs. Heureusement, pendant mes études, j’ai eu la chance de pouvoir compter sur les facilitées accordées par la KULeuven pour m’entraîner et prendre part aux tournois sans perdre un an. Mais de nombreux coéquipiers à l’époque n’ont jamais obtenus les mêmes facilités et ont dû recommencer une année ou plus durant leurs études.
Aujourd’hui, tout le monde sait depuis longtemps que notre pays ne permet pas de combiner idéalement le sport de haut niveau et les études. L'équipe nationale compte une grosse majorité d’étudiants, complété par quelques joueurs déjà dans la vie active. Si on observe à la loupe la sélection actuelle, c’est clairement le cas, à quelques exceptions près. Ce que je trouve donc tout particulièrement dommage, c’est qu’une fois avoir reçu le programme de préparation, j'ai dû tirer mon plan tout seul avec mon employeur (au cours de mes études, il n’en allait d’ailleurs pas autrement). Est-ce qu’il est inconcevable que quelqu'un de la Fédération ou du Comité olympique commente le programme et cherche un compromis avec l'employeur ?
Je trouve cela très regrettable d’avoir dû décliner l’opportunité de revenir au sein de la BNT mais, entre-temps, j’ai déjà tourné la page. J'espère simplement que la génération actuelle et les suivantes recevront suffisamment de soutien de la part de la Fédération de hockey et du gouvernement pour leur pouvoir combiner leur rêve sportif avec de hautes études ou une carrière professionnelles.
Manu Leroy



